
Marcel Slaghekke
Veel ondernemers in onze branche kijken met enige weerzin naar de WTTA. Ik begrijp dat. Een nieuw toelatingsstelsel betekent papierwerk, kosten en onzekerheid over wat de toezichthouder straks precies wil zien.
Ik kijk er anders naar.
De geschiedenis van een sector
Ik ben veertig jaar geleden begonnen in de uitzendbranche met toen der tijd een uitzendvergunning. In die jaren is onze sector veranderd van een schaduweconomie aan de randen van de arbeidsmarkt tot een serieuze pijler van de Nederlandse economie. Die professionalisering ging in golven. De afschaffing van de vergunning. De wet Flex en Zekerheid, de SFT-certificering en opvolger, de SNA-certificering. De Waadi. De Wet DBA.
Die opschoningen waren goed voor de markt. Eerlijk gezegd waren ze ook goed voor de bedrijven die wél meekonden. Helaas ontbrak het de overheid aan handhaving en ontstond er wildgroei.
De WTTA past in die lijn. Hij vraagt wat eerdere wetten ook vroegen: laat zien dat je het serieus meent. Maar nu is de overheid wel van plan te handhaven en inleners aansprakelijk te stellen.
Wat de wet écht doet
De WTTA gaat per 1 januari 2027 in. De handhaving door de Nederlandse Arbeidsinspectie start een jaar later, op 1 januari 2028. Vanaf dat moment mogen alleen uitleners die zijn toegelaten door de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU) nog arbeidskrachten ter beschikking stellen.
De wet beoordeelt niet één onderdeel van je organisatie. Hij kijkt naar het totaalplaatje. Sluiten je processen op elkaar aan? Klopt je administratie? Kun je aantonen dat verloning, contracten en compliance kloppen? Dat is geen checklist. Dat is een vraag naar de inrichting van je bedrijf.
In de praktijk zie ik dat veel intermediairs hier kwetsbaar zitten. Niet omdat ze het slecht doen, maar omdat hun verantwoordelijkheden verdeeld zijn over meerdere partijen. Een payroller hier, een boekhouder daar, een eigen contractenmap in de cloud. Het werkt, zolang het goed gaat. Bij een controle gaat het minder goed werken.
De borg van honderdduizend euro
Een element dat in mijn gesprekken vaak onderschat wordt, is de financiële zekerheidstelling. De WTTA verplicht uitleners om een waarborgsom van €100.000 te storten als onderdeel van de toelating. Voor starters geldt een gespreide regeling: €50.000 bij aanvang en €50.000 na zes maanden. Voor uitleners die al vier jaar onafgebroken bij de Kamer van Koophandel ingeschreven staan met deze activiteit, en die kunnen aantonen dat zij hun fiscale verplichtingen zijn nagekomen, kan een vrijstelling gelden.
Honderdduizend euro klinkt overzichtelijk op papier. Voor een ondernemer in opbouw is het dat niet altijd. Voor sommige partijen wordt de borg de feitelijke drempel die bepaalt of zij na 2027 nog in de markt actief zijn.
Dat is, denk ik, ook precies de bedoeling van de wetgever.
Ook de inlener heeft straks een verplichting
Wat in veel discussies over de WTTA onderbelicht blijft, is de positie van de inlener. De wet legt namelijk niet alleen verplichtingen op aan de uitlener. Vanaf de start van de handhaving in 2028 mag een opdrachtgever uitsluitend personeel inhuren via een uitlener die in het openbare register van de NAU staat. Doet hij dat niet, dan is hij zelf in overtreding.
Er komt geen automatische signalering als een uitlener zijn toelating verliest. De inlener moet zelf actief blijven controleren. En de boetes voor inleners die met een niet-toegelaten partij blijven werken kunnen aanzienlijk zijn, tot in de tienduizenden euro’s per overtreding.
Wat dit voor de markt betekent, is voorspelbaar. Opdrachtgevers gaan eerder stoppen met samenwerken dan dat ze het risico lopen op een boete of reputatieschade. WTTA-toelating wordt daarmee de facto een commerciële voorwaarde, niet alleen een juridische.Een “licence to operate”!
Voor intermediairs heeft dit een directe consequentie. Wie straks niet in het register staat, raakt klanten kwijt. Niet omdat de klant boos is, maar omdat de klant zichzelf moet beschermen.
De rol van juridisch werkgeverschap
De WTTA legt het zwaartepunt bij de juridisch werkgever. Dat is de partij die formeel verantwoordelijk is voor arbeidsovereenkomsten, loon en personeelsdossiers. Als die rol verspreid is over meerdere partijen, wordt aantoonbaarheid lastig. En aantoonbaarheid is precies waar de wet op stuurt.
Daarom geloof ik dat de WTTA iets zal versnellen wat al een paar jaar aan de gang is. Ondernemers die hun backoffice en juridisch werkgeverschap onderbrengen bij één partij die er volledig op ingericht is.
Bij Backoffice Plus hebben we die keuze jaren geleden bewust gemaakt. Niet om commerciële redenen, maar omdat we vonden dat een uitzendintermediair zich moet kunnen richten op klanten en mensen. Niet op artikel 7:610a BW en de laatste interpretatie van de Inspectie SZW.
Voor intermediairs heeft dit nog een praktisch voordeel. Wie zijn juridisch werkgeverschap onderbrengt bij een toegelaten backoffice-partij, hoeft zelf geen toelating aan te vragen. De toelating zit dan bij ons. Inclusief de borg, het normenkader en het toezicht.
Wat ik intermediairs meegeef
Een WTTA-controle is niet iets om bang voor te zijn. Het is iets om op voorbereid te zijn. Het verschil zit in hoe je je organisatie hebt ingericht. Niet in hoe snel je een checklist kunt aflopen.
Mijn advies: gebruik de aanloop naar 2027 om je structuur eens grondig door te lichten. Waar liggen verantwoordelijkheden? Waar zit informatie? Wie is, juridisch, de werkgever? Kun je de €100.000 borg dragen? En zo niet, wie wel?
Als die antwoorden helder zijn, ben je voorbereid. Zo niet, dan heeft de wet je een dienst bewezen.
Voor mij is dat de echte waarde van de WTTA. Niet de boete, maar de aanleiding om je zaken op orde te krijgen.
Daarom geloof ik dat de WTTA iets zal versnellen wat al een paar jaar aan de gang is. Ondernemers die hun backoffice en juridisch werkgeverschap onderbrengen bij één partij die er volledig op ingericht is.
Bij Backoffice Plus hebben we die keuze jaren geleden bewust gemaakt. Niet om commerciële redenen, maar omdat we vonden dat een uitzendintermediair zich moet kunnen richten op klanten en mensen. Niet op artikel 7:610a BW en de laatste interpretatie van de Inspectie SZW.
Voor intermediairs heeft dit nog een praktisch voordeel. Wie zijn juridisch werkgeverschap onderbrengt bij een toegelaten backoffice-partij, hoeft zelf geen toelating aan te vragen. De toelating zit dan bij ons. Inclusief de borg, het normenkader en het toezicht.
