
Marcel Slaghekke
Als ik morgen niets meer had en opnieuw zou moeten beginnen, zou ik het zo simpel mogelijk aanpakken. Een telefoon, een laptop en een goed frontoffce, ATS en CRM systeem. Meer heb je in de kern niet nodig.
De telefoon is nog steeds de levensader van het vak. Niet omdat WhatsApp en LinkedIn niet bestaan, maar omdat de echte handel ontstaat in een gesprek waarin een opdrachtgever of sollicitant vertelt wat hij nodig heeft, en jij hoort wat hij niet hardop zegt. Dat is via tekst niet te doen. Bellen genereert handel. Een vliegende vogel vangt altijd wat. Actie geeft reactie.
De rekensom van een vestiging
De rekensom achter een uitzendvestiging is even simpel als ongenadig.
Een gemiddelde intercedent heeft pakweg vijfentwintig uitzendkrachten aan het werk bij vijf à zes klanten. Die uitzendkrachten werken gemiddeld een week of zes. Dat betekent dat er elke week vier of vijf opdrachten aflopen, en die moet je opnieuw plaatsen om gelijk te blijven.
Bij vier plaatsingen per week blijf je waar je bent. Bij vijf groei je. Bij drie krimp je. Wie deze drie cijfers niet ergens op de muur heeft hangen, is geen uitzender. Die is iets anders aan het doen.
Waar je begint
Hoe kom je aan die plaatsingen? Je belt. Niet voor de leuk, maar systematisch.
Vroeger pakte je de Telefoongids en knipte je hem in stukken. Tegenwoordig gebruik je LinkedIn, Google Maps, branche-overzichten en de regiosites van de Kamer van Koophandel. Het hulpmiddel is anders. De houding is dezelfde: je werkt een lijst af, straat voor straat, sector voor sector.
Begin bij het MKB en de productiebedrijven. Daar wordt sneller beslist, korter overlegd en directer gewerkt dan in grotere organisaties. Bovendien matcht uitzendwerk daar het natuurlijkst met de behoefte: pieken in productie, ziektevervangingen, projecten die net iets te groot zijn voor het vaste team.
Opdrachtgevers eerst. Kandidaten komen vanzelf
Een fout die ik in mijn carrière vaak heb zien maken: nieuwe uitzendondernemers besteden hun eerste maand aan kandidaten werven. Een database vol cv’s. Mooi profielboek. En geen enkele opdrachtgever.
Met een bak vol uitzendkrachten verdien je geen geld. Met een bak vol opdrachten wel.
Zodra de eerste aanvragen binnenkomen, kijk je op de vacaturesites, plaats je je eigen advertenties en spreek je de mensen aan die je via je netwerk kent. En zodra je je eerste uitzendkrachten goed hebt geplaatst, brengen zij hun vrienden mee. Member get member, noemden ze dat in de marketing dertig jaar geleden. Het werkt nog steeds, alleen nu via WhatsApp in plaats van mond-tot-mond.
Het is niet de glamour van Randstad of Adecco. Maar het is wel waar veel van het echte werk gebeurt. En het is waar veel intermediairs hun start hebben gemaakt, inclusief de bedrijven die later groot zijn geworden.
De onderkant van de markt is groot
Dit is hoe veel uitzendvestigingen in Nederland werken. Een paar mensen, een paar honderd vierkante meter, een paar serieuze klanten. Bij elkaar opgeteld is dat een aanzienlijk deel van de Nederlandse uitzendmarkt, ook in 2026 met al zijn certificeringen en wetgeving.
Het is niet de glamour van Randstad of Adecco. Maar het is wel waar veel van het echte werk gebeurt. En het is waar veel intermediairs hun start hebben gemaakt, inclusief de bedrijven die later groot zijn geworden.
Wie je aanneemt
Bij uitbreiding zoek ik intercedenten met een hoog zelfstartend vermogen. Mensen die aanpakken, die niet zeuren, die energie krijgen van een lege agenda en die de telefoon oppakken zonder dat je het ze hoeft te vragen.
In het sollicitatiegesprek vraag ik wat iemand gedaan heeft en wat hem of haar drijft om in dit vak te stappen. Ik probeer te achterhalen waar de energie zit. Ik zoek mensen met een commerciële instelling, die plezier hebben in het halen van een resultaat dat gisteren nog niet zeker was.
Gedrevenheid is in dit vak belangrijker dan werkervaring. Een ervaren intercedent zonder vuur levert minder dan een onervaren intercedent met de juiste mentaliteit. Werkervaring kun je opbouwen. Mentaliteit zit er wel of niet in.
En toen werd het ingewikkelder
Tot zover het simpele verhaal. Hier komt de moderne complicatie.
Wie in 2026 een uitzendbureau begint, kan niet meer volstaan met een telefoon en een laptop. Hij heeft een Waadi-registratie nodig, een G-rekening, een verloningssysteem dat met de actuele cao werkt, een SNA-certificering om bij serieuze klanten binnen te komen, een StiPP-aansluiting voor pensioenen, een aansprakelijkheidsverzekering, en vanaf 2027 een WTTA-toelating met een borg van honderdduizend euro.
Dat is geen kritiek op de wetgeving. Voor de meeste van die eisen heb ik begrip, en op een aantal heb ik in eerdere stukken positief gereageerd. Maar het is wel een feit. De infrastructuur rond het simpele werk van uitzenden is in dertig jaar enorm gegroeid.
De vraag is wat je daarmee doet.
De simpelheid in stand houden
Wat ik in veertig jaar heb geleerd, is dat de uitzenders die het volhouden allemaal hetzelfde doen. Ze houden het werk aan de voorkant simpel, en ze besteden de complexiteit aan de achterkant uit aan mensen die dat goed kunnen.
Dat is precies waarvoor we Backoffice Plus hebben gebouwd. Niet om het ondernemerschap over te nemen, want dat moet je zelf doen. Wel om de Waadi, G-rekening, SNA, StiPP, WTTA-toelating en het juridisch werkgeverschap onder te brengen bij één partij die er volledig op ingericht is.
Daardoor blijft aan de voorkant precies het werk over waar het in dit vak om gaat. Bellen. Plaatsen. Klanten opbouwen. Mensen aan het werk helpen.
Tot slot
Uitzenden is in de kern simpel. Een telefoon, een aantal klanten, een aantal kandidaten, en een intercedent met vuur. Daaromheen zit een infrastructuur die nodig is om in deze sector überhaupt te mogen werken.
Wie de twee dingen door elkaar haalt, verdwaalt. Wie de complexiteit aan de voorkant op zijn bord laat liggen, komt nooit toe aan het simpele werk dat het bedrijf maakt.
De kunst is niet om de complexiteit weg te wensen. Die is niet weg te wensen. De kunst is om hem ergens neer te leggen waar hij niet in de weg zit.
Dan blijft over wat het altijd was. Iemand die belt. Iemand die plaatst. Iemand die de volgende week opnieuw begint.
